Dag 2: Kruisiging Print

Samenvatting en focus voor de leerkracht

Eindelijk krijgen de Joden hun zin. Jezus sterft. Focus in de vertelling op de oneerlijke manier waarop Jezus veroordeeld wordt. Jezus verdedigt zichzelf niet.

Tijdlijn

Na de gevangenneming wordt Jezus veroordeeld en aan een kruis gehangen. Dit is de laatste dag van Jezus’ leven.

Extra informatie

  • Pilatus – Pilatus was niet geliefd bij de Joden. Zo had hij in Jeruzalem vlaggen op laten hangen met de afbeelding van de keizer erop (heidense symbolen die de stad ontheiligden, volgens de Joden). Ook wilde hij geld uit de tempel gebruiken om een aquaduct te bouwen. Toch moesten de Joden nu naar Pilatus. Het beleid van de Romeinen was om de volken die onder hun gezag vielen een zekere mate van zelfstandig bestuur te laten houden om onrust te voorkomen. Doodsvonnissen moeten wel door de Romeinse stadhouder goedgekeurd worden. Pontius Pilatus wordt genoemd in de apostolische geloofsbelijdenis, omdat het belangrijk is om te weten dat Jezus door een wereldlijke rechter is veroordeeld.
  • Herodes – Herodes is in Jeruzalem ter ere van het Joodse paasfeest. Zijn normale woonplaats is in Tiberias. Hij is viervorst van Galilea en Perea. Een viervorst is heerser over een kwart van een gebied.
  • Romeinse straf – Als Pilatus alleen toestemming had gegeven, zou Jezus volgens Joods gebruik gestenigd worden. Maar omdat de sabbat aanbreekt en de Joden dan geen vonnissen mogen uitvoeren, laten de leiders het vonnis door de Romeinen uitvoeren.

Lijn van de vertelling:

  • Jezus is de Mensenzoon – De bende, die Jezus gevangen heeft genomen, beledigt Jezus en maakt grappen over hem. De hele nacht lang. Ze vragen ook: Ben je de Messias? Dan zegt Jezus: Jullie geloven me toch niet, maar ik ben de zoon van God.
  • De leiders vinden dat Jezus de doodstraf verdient – Dan zeggen de mannen tegen elkaar: Hoor je dat? Hij noemt zichzelf de zoon van God. Voor de leiders is het nu helemaal duidelijk: Jezus zegt dat hij de zoon van God is. Hij verdient de doodstraf! Maar omdat de Romeinen de baas zijn in het land, kunnen ze dat niet zomaar doen.
  • De leiders brengen Jezus naar Pilatus – De leiders brengen Jezus bij Pilatus, de Romeinse bestuurder. De leiders vertellen allemaal slechte dingen over Jezus aan Pilatus. Ze zeggen: ‘Hij wil dat het volk in opstand komt. En dat ze geen belasting hoeven te betalen aan Rome. En dat hij de beloofde koning is.’ [Ze zeggen niet: Hij zegt dat hij de zoon van God is, want dat zou Pilatus helemaal niet erg vinden.]
  • Pilatus vindt Jezus onschuldig – Pilatus stelt vragen aan Jezus. Jezus zegt niets. Ook ziet hij er niet gevaarlijk uit. Pilatus ziet geen grote groep volgelingen met zwaarden. Pilatus vraagt ook: ‘Bent u de koning van de Joden?’ Dan zegt Jezus: ‘U zegt het zelf’. Pilatus zegt tegen de leiders: ‘Volgens mij is Jezus onschuldig!’
  • Pilatus stuurt Jezus naar Herodes – De leiders luisteren niet. Ze blijven zeggen dat Jezus een opstand wil. Pilatus wil Jezus niet veroordelen. Hij denkt: Laat Herodes het maar oplossen! Daarom stuurt hij de leiders met Jezus naar Herodes.
  • Herodes stuurt Jezus weer terug – Herodes is blij om Jezus te zien. Hij hoopt dat Jezus een wonder doet. Maar Jezus doet niks en zegt niks. Hij stuurt Jezus terug naar Pilatus.
  • Pilatus doet wat de mensen willen – Pilatus zegt: ‘Ik vind Jezus onschuldig. Herodes blijkbaar ook. Ik zal hem straffen, maar daarna laat ik hem vrij.’ De mensen beginnen te schreeuwen. Als Pilatus iemand wil vrijlaten, doe dan maar Barabbas. ‘Weg met Jezus! Laat Barabbas vrij!’ Pilatus vraagt waarom, maar dan schreeuwen de mensen nog harder. En nog harder. Dan doet Pilatus wat de mensen willen. Hij laat Barabbas vrij en geeft Jezus aan de soldaten mee om hem te laten kruisigen.

Wanneer zei iemand iets over jou wat niet waar was? Hoe reageerde je toen?

Als er iets oneerlijks gebeurt, kun je meestal je mond niet houden. Je wilt dat iedereen weet hoe het wel zit.

Jezus zegt niks van al die oneerlijke dingen. Waarom zou hij dat doen?

Natuurlijk mag je opkomen voor jezelf, dat is hier niet de boodschap van Jezus. Jezus zwijgt, omdat hij weet dat dit de weg is die hij moet gaan.