Dag 3: Jezus wordt begraven Print

Samenvatting en focus voor de leerkracht

Jezus sterft. Zijn lichaam wordt in een nieuw graf gelegd. Focus er in het verhaal op dat mensen Jezus uitdagen om zichzelf te redden. Hij kiest daar niet voor. Bijzonder is dat de Romeinse officier dat begrijpt.

Tijdlijn

Op vrijdag is Jezus gestorven aan het kruis. Vrienden leggen zijn lichaam in een graf.

Extra informatie

  • Golgota – De plaats waar misdadigers gekruisigd worden heet Golgota. De heuvel ligt buiten de stad, vlakbij de openbare weg, zodat iedereen de terechtstelling van een misdadiger kan zien.
  • Josef van Arimatea – Josef is een Joodse leider in de stad Arimatea. Hij kiest openlijk de kant van Jezus door te vragen of hij zijn lichaam mag begraven. Zo zorgt Josef ervoor dat het lichaam van Jezus niet naamloos in een massagraf gelegd wordt.
  • Het graf – Het graf is in een rotswand uithouwen. Veel rijke mensen hebben al tijdens hun leven een grafkamer gereserveerd. De voorspelling uit Jesaja 53: 9 wordt hiermee vervuld: ‘Hij kreeg een ​graf​ bij misdadigers, zijn laatste rustplaats was bij de rijken’.
  • Het voorhangsel in de tempel scheurt – Tijdens de drie uur duisternis scheurt het gordijn voor de heilige zaal in de tempel doormidden. Er is vanaf dat moment vrije toegang tot God, dat betekent: vanaf nu kunnen mensen zelf met God praten. Er hoeft geen priester of dominee tussen te zitten. God wil contact met iedereen.
  • Bijzondere gebeurtenissen – Als Jezus sterft gebeuren er verschillende dingen: het voorhangsel scheurt, de aarde beeft (Matteüs 27:51), graven gaan open en mensen staan op uit de dood (Matteüs 27:52). Jezus sterft, maar overwint de dood. Dat wordt zichtbaar in het opengaan van graven en het opstaan van mensen. Verder is er niets bekend over deze mensen. Ook de reactie van de Romeinse hoofdman is bijzonder. Hij erkent dat Jezus Gods zoon moet zijn geweest.
  • Wachters bij het graf – De volgende dag gaan de leiders naar Pilatus om te vragen of er wachters bij het graf kunnen staan (Matteüs 28:62). Dat is niet gebruikelijk, want op de sabbat mag niemand werken. Ze ontheiligen hiermee de sabbat.

Lijn van de vertelling:

  • Jezus moet het kruis dragen – De soldaten nemen Jezus en twee misdadigers mee. Ze moeten zelf het kruis dragen. Een grote groep mensen loopt mee. Jezus zakt bijna in elkaar. De soldaten trekken een man tussen de mensen vandaan. Simon heet hij. Hij moet het kruis voor Jezus naar de heuvel dragen. 
  • Jezus wordt aan het kruis gehangen – Op de heuvel hangen ze de drie mannen aan een kruis. Jezus in het midden. De leiders van het volk kijken naar Jezus. Ze maken grappen over hem. ‘Kijk nou, wat een redder. Zou hij ook zichzelf kunnen redden?’ De soldaten spotten met Jezus. Ze roepen: ‘Red jezelf, je bent toch de koning van de Joden!’
  • De twee misdadigers – Eén van de twee misdadigers die naast Jezus hangt, begint mee te doen met de grappen van de soldaten. ‘Jij bent toch de Messias, red jezelf en ons ook!’. Maar de andere misdadiger zegt: ‘Hou je mond. Jij zult snel dood zijn. Ben je niet bang voor God? Wij hebben deze straf verdient, maar Jezus niet!’ Dan vraagt hij aan Jezus: ‘Wilt u aan mij denken als u koning bent in de hemel?’ Jezus antwoordt hem: ‘Vandaag nog zul jij bij mij in de hemel zijn.’
  • Jezus sterft – Ineens beeft de aarde en wordt het midden op de dag donker. Wel drie uur lang. Dan roept Jezus: ‘Vader, mijn leven is in uw handen’. Dat zijn zijn laatste woorden. Zo sterft hij. De Romeinse officier die bij het kruis staat, ziet wat er gebeurt. Hij zegt: ‘Geen twijfel over mogelijk: die man hoorde echt bij God!’
  • Jezus wordt begraven – Een man uit Arimatea die Josef heet, vraagt aan Pilatus of hij het lichaam van Jezus mag meenemen. Dat mag. Jozef wikkelt het lichaam van Jezus in doeken en legt het in een uitgehakt graf in een rots. Een zware steen wordt voor het graf gerold.

Wie doet aan reddingszwemmen? Kun jij jezelf redden?

Hoe laat Jezus zich redden?

Denk nog even terug aan de opening. Een drenkeling kan zichzelf niet redden. De mensen dagen Jezus uit om zichzelf te redden, maar Jezus zegt: ‘Vader, mijn leven is in uw handen’. Zo laat hij zich door de Vader redden.