Dag 1: Opstanding Print

Samenvatting en focus voor de leerkracht

Er gaan vrouwen naar het graf van Jezus. Maar de steen is weg en het graf is leeg. Een engel vertelt dat Jezus is opgestaan. Focus in de vertelling op het verschil tussen de vrienden en vijanden van Jezus. Iedereen vindt het moeilijk te geloven, maar vrienden herinneren zich ineens wat Jezus eerder heeft gezegd.

Tijdlijn

Op de derde dag na het sterven staat Jezus op uit het graf.

Extra informatie

  • Balsemen met mirre – De vrouwen willen het lichaam van Jezus balsemen met mirre. Mirre is een geurig gomhars en wordt gebruikt om koningen te zalven. Mirre wordt met aloë gemengd en over de doeken van de doden gesprenkeld.
  • Aardbeving – Zoals de aarde beefde bij het sterven van Jezus, zo beeft deze ook bij zijn opstanding.
  • Ontmoeting in Galilea – Jezus heeft bij het laatste avondmaal aan zijn vrienden verteld over het sterven en opstaan. Ook heeft hij gezegd dat hij hen dan zal ontmoeten in Galilea (Matteüs 26:32). Dit zijn woorden die een soort code zijn. De elf leerlingen weten nu zeker dat de boodschap via de vrouwen echt afkomstig is van Jezus.

Lijn van de vertelling:

  • Maria en Maria gaan naar het graf – De sabbat is voorbij. Het is heel vroeg. De zon komt net op. Maria uit Magdala en de andere Maria gaan naar het graf. Ze willen het lichaam van Jezus verzorgen (balsemen).
  • Een engel rolt de steen weg – Opeens beeft de aarde. Er komt een engel uit de hemel naar beneden. De soldaten die het graf bewaken schrikken en vallen van angst op de grond. De engel rolt de steen van het graf en gaat erop zitten. De Maria’s kunnen haast niet naar hem kijken, zo straalt de engel.
  • Het graf is leeg – De engel zegt tegen de vrouwen: ‘Jullie hoeven niet bang te zijn. Jullie zoeken Jezus, maar hij is hier niet. Hij is opgestaan uit de dood, zoals hij gezegd heeft. Kom maar kijken, het graf is leeg’. De vrouwen kijken in het graf. Het is leeg!
  • De vrouwen zien Jezus – De vrouwen zijn geschrokken, maar ook heel erg blij. Snel gaan ze weg. Ze willen het aan de vrienden vertellen. Op dat moment komt Jezus naar hen toe. Hij groet hen. De vrouwen knielen eerbiedig voor hem neer en pakken zijn voeten vast. Hij is Heer! Jezus zegt: ‘Ga naar mijn vrienden en vertel ze dat ze naar Galilea moeten gaan. Daar zullen ze mij zien’. Dat doen de vrouwen.
  • De wachters moeten liegen – De wachters rennen naar de priesters om te vertellen wat er is gebeurd. De priesters bedenken een plan. Ze willen niet het volk dit hoort. Ze geven de soldaten veel geld om te liegen. Ze moeten tegen het volk zeggen dat de vrienden van Jezus zijn lichaam hebben gestolen omdat ze in slaap waren gevallen. De soldaten doen wat de priesters hebben gezegd en maken zichzelf belachelijk (Welke wachter valt in slaap en weet dan ook nog wie er is gekomen om te stelen?).
  • De leerlingen gaan naar Galilea – De vrouwen sturen de leerlingen naar Galilea. De vrienden stoten elkaar aan: Weet je nog dat Jezus dat zei: ‘Ik zal opstaan uit de dood. Dan ga ik naar Galilea en daar zullen jullie mij zien!’ Dat was de geheime code van Jezus voor de leerlingen! Sommige vrienden gaan daarom heel blij op weg, anderen weten het nog niet zo goed. Ze gaan naar de plaats die Jezus heeft gezegd. Als ze Jezus zien, knielen ze voor hem neer. Hij is het!
  • Jezus legt het uit – Jezus vertelt de leerlingen: God heeft mij alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. Jullie moeten op reis gaan, zodat iedereen het hoort en iedereen mijn leerling kan worden. Vergeet nooit: Ik ben altijd bij jullie.

Heb jij een geheime code met iemand? [Niet verklappen hoor!] Waarom hebben jullie die code? Kan iemand anders die code begrijpen?

Waarom begrijpen de leerlingen nu pas de geheime code?

De leerlingen snappen pas achteraf wat Jezus tegen hen heeft gezegd. Ze hadden de geheime code nog niet door toen hij zei: ‘Ik zal opstaan uit de dood. Dan ga ik naar Galilea en daar zullen jullie mij zien!’ Jezus zei wel meer dingen die ze niet meteen begrepen.